Dit weekend vieren we weer Pasen. We gedenken de kruisiging van Jezus, zijn dood aan het kruis en zijn wederopstanding. Het paasfeest, dat al veel ouder is dan onze jaartelling, vinden we ook terug in het Joodse Pesach en in de viering die in gebruik was bij onze Germaanse en Keltische voorouders.

De symboliek van Pasen heeft in deze verschillende culturen verbluffende overeenkomsten. Ken jij de symboliek die hier achter zit? En wist je dat deze symboliek van toepassing is op jou?

 

De oorsprong van het paasfeest

De oorsprong van het christelijke paasfeest ligt bij het Joodse Pesach. Het feest waarbij de exodus, de uittocht van de Joden uit Egypte, herdacht wordt. Gevierd wordt hier de bevrijding van de Joden uit de slavernij in Egypte, het feit dat het Joodse volk weer een vrij volk was.

Ook in West Europa vinden we voor de jaartelling een feest dat rond dezelfde tijd in het jaar gevierd werd. Bij de Germanen werd de vermeende godin Ostara, godin van de lente, aanbeden. Een meiboom met in de top een haantje werd rondgedragen om het licht te verwelkomen. De palmpasenstok, die een week voor Pasen wordt rondgedragen, herinnert hier nog aan.
Bij de Kelten vinden we het Beltane ritueel. Hierbij werd het vee ter reiniging tussen vreugdevuren door geleid. Zo werd de vruchtbaarheidsgod Belenos of Belus aangeroepen. Tegenwoordig kennen we nog steeds de paasvuren.

Het vieren van de vruchtbaarheid – in onze tijd is het paasei nog een overblijfsel hiervan – is in feite de viering van het leven. De tijd van Pasen, die zo sterk in het teken staat van de dood van Jezus, is een tijd van het ontluiken van de natuur. De dieren komen weer tevoorschijn en alles wordt weer groen. De natuur komt weer tot leven.

 

De symboliek van de kruisiging

Maar laten we eens kijken naar het paasverhaal en zijn symboliek. Jezus wordt na verraad door Judas opgepakt door soldaten en veroordeeld tot de dood aan het kruis. Jezus laat geen enkel verzet zien. De dag erna wordt hij gekruisigd en sterft niet veel later aan het kruis. Hij wordt begraven door Jozef van Arimathea en twee dagen later, als twee vrouwen het lichaam willen verzorgen, is het lichaam verdwenen. Engelen vertellen hen dat Jezus is opgestaan: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’

We kunnen verschillende elementen uit het verhaal vertalen naar ons eigen innerlijk. Judas, die het verraad pleegt, kunnen we zien als ons ego dat met angststemmetjes ons probeert te weerhouden het juiste te doen. De verrader, ons ego, is de vertegenwoordiger van onze angst. Het ego is niet alleen bang voor de dood, maar vooral ook bang voor het licht. Het ego geeft zich nog liever over aan de dood dan dat het het licht omarmt.

Het kruis, waaraan Jezus genageld wordt, staat natuurlijk voor het lijden van de mens. Jezus laat geen moment verzet zien tegen zijn veroordeling en tegen zijn kruisiging. Hij ondergaat het lijden zonder weerstand. Het enige moment waarop hij vertwijfeld is, is als hij aan het kruis roept: ‘Heer, waarom hebt U mij verlaten?’ Daarna geeft hij zich over aan zijn onvermijdelijke dood.

Zijn overgave aan het lijden, dat door het ego veroorzaakt wordt, laat zien dat hij niet ontvankelijk is voor zijn ego. Het ego heeft geen grip op hem, omdat hij het als zodanig herkent. Hij kan het lijden toelaten, omdat hij weet dat hij het ego niet is, maar het allesdoordringende licht, het eeuwige leven. Hij verwerpt het ego niet, maar hij overstijgt het.

Zijn wederopstanding is hiervan het bewijs en laat tevens zien dat de dood een illusie is. Als twee dagen later twee vrouwen het lichaam niet terugvinden, verschijnen er engelen die zeggen dat Jezus leeft. Hij is dus niet werkelijk gestorven, slechts zijn lichaam heeft hij afgelegd.

 

De illusie van de dood

Jezus heeft ons laten zien dat het leven niet ophoudt met de dood. Door zijn wederopstanding maakte hij ons duidelijk dat de dood niet het einde van het leven betekent. De dood is slechts een overgang naar het licht. Het leven is niet eindig, maar blijkt eeuwig te zijn. Daarom houdt de dood in feite bevrijding in. Bevrijding van het lijden en bevrijding van het ego. Want het enige dat werkelijk kan sterven is het ego.

Ook het Joodse volk heeft zich bevrijd van het lijden en kozen door de uittocht uit Egypte voor het leven. Onze West-Europese voorouders vierden op soortgelijke wijze het leven. Rond Pasen, bij het intreden van de lente, werd en wordt nog steeds gevierd dat het leven elk jaar terugkeert. Dat het leven niet ophoudt, maar dat het zich telkens weer middels cycli in de natuur aan ons manifesteert.

We vieren met Pasen niet de dood van Jezus, maar zijn wederopstanding. We vieren het feit dat het leven oneindig is. Anders gezegd:

Met Pasen vieren we dat we onsterfelijk zijn.

 

Geloof jij nog in de dood?

Geloof jij nog in de dood en dat het leven eindig is? Of realiseer je je dat het leven eeuwig is en jij in feite onsterfelijk bent?

Deel je ervaringen hieronder en stimuleer je medelezer om tot het besef te komen dat je onsterfelijk bent.

Hartegroet,

Peter.

 

Share This